Wij zijn het systeem! Over armoede, aannames en de grenzen van solidariteit.

Tim ’S Jongers, bekend van het boek ‘Armoede uitgelegd aan mensen met geld’ vertelt over hoe armoede wel en niet kan worden bestreden. Zo gaat hij in de op blinde vlek van de boardroom, de kosten van het korte termijn denken, onzichtbare groepen en scheve statistieken en meer.

De keynote van Tim ‘S Jongers 

15 april ’26 – Tijdens het seminar ‘Vooruitzien in Solidariteit’ van de Vereende hield Tim ’S Jongers een keynote die de zaal op scherp zette.  Hij is bekend van onder andere zijn boek  “Armoede uitgelegd aan mensen met geld“. Zijn centrale boodschap was even eenvoudig als confronterend: wij zijn het systeem. En daarmee ook onderdeel van het probleem en de oplossing. 

 

Van “het systeem” naar “wijzelf”

Te vaak, zo stelt ‘S Jongers, verschuilen we ons achter abstracte structuren. Het systeem wordt gezien als iets externs, iets waar we weinig invloed op hebben. Maar volgens hem is dat een misvatting. Beleidsmakers, professionals en hoogopgeleide burgers vormen samen dat systeem. Wie invloed heeft, draagt verantwoordelijkheid.

Hij introduceert het idee van “box 0”: de leefwereld van mensen in armoede. Juist daar ontbreekt het vaak aan directe ervaring bij bestuurders en beleidsmakers. Zonder die ervaring blijven aannames leidend. Juist die zijn vaak onjuist.

 

De blinde vlek van de boardroom

Om dat tastbaar te maken, gebruikt ‘S Jongers een voorbeeld van Unilever en het wasmiddel Omo. In de boardroom werd gevraagd wie er zelf zijn kleding wast. Niemand stak zijn hand op. Het gevolg: een product ontwikkeld zonder voeling met de dagelijkse realiteit van gebruikers. Het flopte.

De parallel met beleid rond armoede is evident: besluiten worden genomen zonder directe kennis van het leven waar ze impact op hebben.

 

Ervaring als noodzakelijke investering

Volgens ‘S Jongers is incidenteel contact niet voldoende. Hij pleit voor een maatschappelijke diensttijd voor ambtenaren: 40 tot 70 uur actief meedraaien in de leefwereld van mensen in armoede, bijvoorbeeld via herhaalde bezoeken aan een voedselbank. Alleen door herhaling ontstaat begrip dat aannames kan doorbreken.

Die investering in tijd is cruciaal. Zonder die investering blijft beleid gebaseerd op afstand en abstractie.

 

Solidariteit: met wie en in welke mate?

Een van de kernvragen die ‘S Jongers stelt: met wie zijn we solidair, en tot hoever reikt die solidariteit? In Nederland leven ruim twee miljoen mensen in armoede, met daarboven een grote groep die financieel comfortabel leeft. Die kloof vertaalt zich direct naar dagelijkse keuzes, bijvoorbeeld wat mensen eten.

Gezond eten wordt vaak berekend als een vast bedrag per dag, maar voor mensen in armoede is dat bedrag simpelweg niet haalbaar. Wat op papier logisch lijkt, botst in de praktijk met de realiteit.

 

Het hardnekkige beeld van “de ander”

‘S Jongers benoemt hoe mensen in armoede vaak als “zij” worden gezien, bijna als een aparte categorie, vergelijkbaar met een beschermde diersoort. Er bestaan hardnekkige aannames: dat zij veel tijd hebben, of irrationele keuzes maken.

Maar die aannames negeren een fundamenteel gegeven: chronische stress. Leven in armoede betekent leven met voortdurende onzekerheid. In die context worden zogenaamd irrationele keuzes juist rationeel.

De bekende frikandel is daarvan een voorbeeld. Op de korte termijn is het een goedkope en verzadigende keuze. Gezonde keuzes zijn vaak gericht op de lange termijn, maar als die toekomst onzeker is, verschuift de logica.

 

De kosten van korte termijn denken

Die dynamiek heeft gevolgen voor de samenleving als geheel. Wat op korte termijn goedkoper lijkt, leidt op lange termijn tot hogere kosten, bijvoorbeeld in de zorg.

Het sociaal minimum zou het niveau moeten zijn waarop mensen rond kunnen komen, maar gemeentelijke regelingen liggen vaak op 120–130% daarvan. Dat zegt iets over hoe krap dat minimum in werkelijkheid is.

 

Onzichtbare groepen en scheve statistieken

Ook de manier waarop armoede wordt gemeten, schiet tekort. Dakloosheid is daar een voorbeeld van. Alleen wie geregistreerd staat bijvoorbeeld via Leger des Heils of een loket, telt mee. Jongeren en anderen buiten het systeem blijven onzichtbaar.

Veel dakloze mensen hebben bovendien gewoon werk. Pas na langdurige “zelfredzaamheid” komt vaak medische hulp in beeld, met hoge maatschappelijke kosten als gevolg.

 

Symptoombestrijding in plaats van oorzaken

Kinderarmoede, stelt ‘S Jongers, bestaat eigenlijk niet als op zichzelf staand fenomeen, het is een gevolg van armoede bij ouders. Dat is raar, want het is er juist wel, maar door hoe ernaar gekeken wordt, wordt het niet goed gemeten. Toch richten interventies zich vaak op symptomen in plaats van oorzaken.

Hij wijst op het ontstaan van “deelarmoedes” en een groeiend aanbod aan armoedecoaches. Goedbedoeld, maar zonder structurele verandering blijft het dweilen met de kraan open.

 

Kleine oplossingen, grotere vragen

‘S Jongers benoemt ook concrete, soms onverwachte oplossingen: een stappenteller met uitdagingen, of zelfs een hond. Niet als gimmick, maar als middel om beweging, sociaal contact en mentale gezondheid te stimuleren.

Toch ligt de kern niet in losse interventies, maar in een fundamentele herijking van ons mensbeeld.

 

De oproep: gebruik je invloed

Zijn afsluitende boodschap is helder en ongemakkelijk: stop met wijzen naar het systeem als excuus om niets te doen. Juist hoogopgeleide burgers en professionals hebben invloed en daarmee de mogelijkheid om verandering te realiseren.

De vraag die blijft hangen: hoe zetten we die invloed in?