kwartaalupdate beroepsaansprakelijkheid Q1 2026

In deze kwartaalupdate behandelen we voor verzekeringsadviseurs een uitspraak die gaat over het al dan niet op tijd klagen door een advocaat bij zijn adviseur en een uitspraak waarbij een consument geen dekking heeft voor haar gestolen motor en daar een klacht over indient.
Voor makelaars en taxateurs behandelen we een casus waarbij eigen onderzoek naar de bestemming van een woning centraal staat. Verder gaan we in op een zaak over verkeerd gemeten vierkante meters bij een woonark.

15 april ’26 – Deze kwartaalupdate beroepsaansprakelijkheid ziet op het eerste kwartaal van 2026. In de update voor verzekerings- en hypotheekadviseurs bespreken wij eerst een uitspraak waarin de vraag centraal staat of een advocaat tijdig bij zijn verzekeringsadviseur heeft geklaagd over het niet verwerken van een verzoek tot verhoging van het verzekerd bedrag op een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Daarna behandelen wij een uitspraak waarin een consument geen dekking blijkt te hebben voor haar gestolen motor en hierover een klacht indient tegen haar verzekeringsadviseur.

In de update voor makelaars en taxateurs komt een casus aan bod waarin kopers door de rechter verantwoordelijk werden gehouden voor eigen onderzoek naar de bestemming van een woning in het buitengebied. Verder zetten wij een zaak uiteen waarin de rechter oordeelde dat de makelaar een woonark op een wel erg globale wijze had gemeten, maar concludeerde dat de koper geen schade had geleden.

Verzekerings- en hypotheekadviseurs

Advocaat klaagde te laat bij zijn verzekeringsadviseur over het niet verhogen van verzekerde bedragen

In deze zaak had de verzekeringsadviseur voor een advocaat in 2016 een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten. In april 2022 gaf de advocaat op formulieren van de verzekeraar aan de verzekerde sommen te willen verhogen van
€ 65.000 naar € 80.000. In juni 2022 liet de verzekeraar aan de advocaat weten dat de verzekerde bedragen ongewijzigd bleven en dat de advocaat nog een offerte zou ontvangen. Die offerte kwam eind juni 2022 bij de adviseur binnen, maar werd volgens de advocaat niet met hem gedeeld. In mei 2023 zond de adviseur aan de advocaat het nieuwe polisblad toe, waarop een (ongewijzigde) dekking van € 65.000 was vermeld. In april 2024 meldde de advocaat zich bij de adviseur volledig arbeidsongeschikt. Gebleken is dat de verhogingen nooit waren doorgevoerd.

De advocaat stapte naar de Geschillencommissie van het Kifid en stelde dat de adviseur tekortgeschoten was. Hij vorderde ruim € 117.000 aan misgelopen uitkeringen. De adviseur beriep zich op de klachtplicht uit artikel 6:89 van het Burgerlijk Wetboek. Volgens dit artikel moet een klant binnen bekwame tijd klagen nadat hij een fout ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken. Doet hij dat niet, dan vervallen zijn rechten.

In de uitspraak van de geschillencommissie van het Kifid van 14 januari 2026 stelde de commissie vast dat de advocaat al in juni 2022 (bij de brief van de verzekeraar) en zeker in 2023 (bij het polisblad waarop nog steeds € 65.000 stond) had kunnen zien dat de verhogingen niet waren doorgevoerd. Daarbij woog de commissie mee dat de consument advocaat was van beroep en dus goed in staat is de formulieren van de verzekeraar te lezen, te begrijpen en desgewenst vragen daarover te stellen aan de adviseur. Volgens de commissie had de advocaat in ieder geval actie moeten ondernemen na het in 2023 ontvangen polisblad. Volgens vaste rechtspraak rust op een verzekerde namelijk de verplichting om het toegezonden polisblad te controleren op juistheid.[1] Omdat de advocaat pas in 2024 klaagde, was dat volgens de commissie te laat. Door het late klagen was de adviseur benadeeld, omdat hem de mogelijkheid was ontnomen om in een zo’n vroeg mogelijk stadium het verzekerde bedrag alsnog te laten verhogen. Het beroep van de adviseur op de klachtplicht slaagde, waardoor de rechten van de advocaat waren vervallen. De commissie wees de schadeclaim volledig af.

 

Motor gestolen tijdens winterstalling: adviseur niet aansprakelijk

In deze zaak had een consument in juni 2024 via haar verzekeringsadviseur een motorverzekering met WA volledig casco dekking afgesloten voor haar motor. In november 2024 informeerde zij telefonisch bij haar adviseur naar de mogelijkheid van een tijdelijke ‘winterstop’. Zij gaf aan dat zij enkel dekking wenste voor stalling van haar motor in een beveiligde parkeergarage. Uit de notitie van de adviseur blijkt dat de adviseur toen uitdrukkelijk heeft toegelicht dat een WA‑dekking géén diefstal- of brandschade vergoedt en alleen dekking biedt voor schade aan een ander. Op verzoek van de consument stuurde de adviseur per e‑mail een overzicht van vier mogelijke dekkingsopties. De consument reageerde daarop dezelfde dag in het Engels en koos voor de goedkoopste optie: uitsluitend een WA‑dekking. De adviseur voerde de wijziging door, waarna de consument een restitutie van premie ontving en de lagere premie werd afgeschreven. In december 2024 werd de motor gestolen uit de parkeergarage en bleek de diefstal niet (meer) gedekt onder de polis.

De consument diende een klacht in tegen haar adviseur bij de Geschillencommissie van het Kifid. Zij stelde dat de adviseur zijn zorgplicht had geschonden. Zij gaf aan dat de e-mail met de vier dekkingsopties volledig in het Nederlands was en dat daarin niet expliciet was gewaarschuwd dat de WA-dekking geen dekking biedt bij diefstal. Deze optie was volgens de consument ongeschikt voor haar situatie, zodat de adviseur die optie niet had mogen aanbieden. Ook had de adviseur geen bevestiging gestuurd en nagelaten een bijgewerkt polisblad en -voorwaarden te sturen. Zij maakte bij haar adviseur aanspraak op betaling van € 23.000, zijnde de waarde van haar motor.

In de uitspraak van de Geschillencommissie van het Kifid van 3 maart 2026 overwoog de commissie dat uit de telefoonnotitie blijkt dat de adviseur heeft gewezen op de verschillende dekkingsmogelijkheden waarbij specifiek was aangegeven dat de motor bij WA-dekking niet tegen diefstal en brand verzekerd is. Volgens de commissie is niet juist dat de adviseur de WA-dekking nooit had mogen aanbieden, zoals de consument stelde. Uit de telefoonnotitie van de adviseur blijkt namelijk dat de consument zélf om een premieopgave voor WA en WA+ had gevraagd. Dat de informatie in het Nederlands was verzonden, maakte het oordeel van de commissie niet anders. Uit het telefoongesprek en de daaropvolgende e-mail van de consument waarin zij haar keuze voor de WA-dekking kenbaar maakte, mocht de adviseur opmaken dat de consument een bewuste keuze had gemaakt voor een WA-dekking. De commissie vond dat de consument zelf de verantwoordelijkheid had om bij onduidelijkheden opnieuw contact op te nemen met de adviseur. Dat de consument later geen bevestiging of bijgewerkt polisblad had ontvangen, veranderde het oordeel ook niet. De commissie woog daarbij mee dat de consument zelf had gevraagd de wijziging “zo snel mogelijk” door te voeren, een terugbetaling van de premie had ontvangen én had gezien dat een lagere premie werd afgeschreven. Daarmee wist de consument volgens de commissie dat de wijziging was verwerkt. De commissie concludeerde dat de adviseur had gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur en wees de vordering af.

Makelaars en taxateurs

Kopers verantwoordelijk voor eigen onderzoek naar bestemming naar woning in buitengebied

Een woning met drie omliggende percelen werd in 2021 via Funda aangeboden. Kopers bezichtigden tweemaal en ontvingen aanvullende stukken via het *Move‑account van de verkopend makelaar. Na hun bod kwam de koop tot stand.

Daarna zijn de kopers een rechtszaak begonnen tegen de verkopend makelaar. Zij stelden dat zij de indruk hadden dat het perceel een woonbestemming had, maar dat zij pas na ondertekening van de koopovereenkomst ontdekten dat alle percelen een agrarische bestemming hadden en dat permanente bewoning niet was toegestaan.  Volgens kopers had de makelaar hen hier op moeten wijzen en was sprake van misleiding of het verstrekken van onjuiste informatie.

In de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 18 februari 2026 constateerde de rechtbank dat de Funda-advertentie als omschrijving begint met ‘De verkoop van deze woning…’ waarbij de totale perceeloppervlakte van 11.710 m² en woonoppervlakte van 143 m² is aangegeven. Op grond van deze advertentie zouden kopers in de veronderstelling kunnen verkeren dat ruim een hectare grond als één perceel wordt aangeboden met daarop een woning voor particuliere bewoning. De advertentie bevat echter geen informatie over de (formele) bestemming. Ook stelde de rechtbank vast dat de bestanden op het Move-account weliswaar uitleg geven over het toegestane gebruik van de percelen binnen het bestemmingsplan, maar niet veel duidelijkheid geven over de (formele) bestemming. De rechtbank gaf aan te begrijpen dat een en ander aanleiding geeft tot verwarring, maar was van oordeel dat dit onvoldoende is om te spreken van misleiding of het verstrekken van onjuiste informatie door de makelaar. De informatieverstrekking vanuit de makelaar had hooguit duidelijker gekund. Deze onduidelijkheid had volgens de rechtbank voor kopers juist aanleiding moeten zijn om nadere informatie op te vragen. Een (potentiële) koper kan er volgens de rechtbank immers niet zonder meer van uitgaan dat op een woning in het buitengebied een woonbestemming rust, zeker wanneer deze is omringd met percelen waarop een agrarische bestemming rust. Op kopers rustte een zekere onderzoeksplicht. Daarbij achtte de rechtbank van belang dat kopers hebben aangevoerd dat zij specifieke plannen hadden met de percelen. Als onduidelijk was of die plannen in lijn waren met het bestemmingsplan, had het op de weg van kopers gelegen om daaromtrent nader onderzoek te doen. De vorderingen van kopers werden afgewezen.

 

Makelaar meet een woonark volgens de rechtbank wel erg globaal; koper lijdt geen schade

In deze zaak kocht een koper een woonark voor € 775.000, waarbij de verkoopbrochure en Funda‑advertentie van de verkopend makelaar een woonoppervlak van circa 100 m² vermeldden. Na de aankoop liet de koper de woonark opnieuw opmeten. Twee onafhankelijke metingen kwamen uit op circa 91 m². De verkoper erkende het verschil en bood direct aan de koop kosteloos te ontbinden, maar de koper ging hier niet op in. Vervolgens stelde de koper de makelaar aansprakelijk en vorderde schadevergoeding van € 25.000 wegens waardevermindering van de woonark.

In de uitspraak van 6 maart 2026 van de Rechtbank Amsterdam stelde de rechter vast dat de woonark niet volgens de meetinstructie is opgemeten. De meetinstructie is geschreven voor het meten van gebouwen, zodat de rechter zich afvroeg of deze norm wel van overeenkomstige toepassing is op het meten van woonboten. Hoe dan ook,  volgens de rechter mag van een makelaar verwacht worden dat hij het woonoppervlak van een woonboot zorgvuldig meet. Ter zitting heeft de makelaar aangevoerd dat zij de buitenmaten van de woonark heeft vermenigvuldigd en de uitkomst van 102 m² naar 100 m² heeft afgerond. Dit is naar het oordeel van de rechter een wel erg globale benadering. Dit geldt te meer omdat het in dit geval om een boot met een rechthoekige opbouw gaat, die – in tegenstelling tot bijvoorbeeld een woonschip met ronde wanden – eenvoudig nauwkeuriger kan worden opgemeten. Of het handelen van de makelaar in dit geval een onrechtmatige daad oplevert, kan volgens de rechter echter buiten beschouwing blijven. Er bleek namelijk geen sprake te zijn van schade. De koper kon niet aantonen dat hij de woonark niet zou hebben gekocht bij daadwerkelijke kennis van de woonoppervlakte. Integendeel, verkoopster heeft koper de mogelijkheid geboden kosteloos van de koop af te zien nadat verkoopster hem op het afwijkende meetresultaat had gewezen. Koper maakte van die gelegenheid echter geen gebruik. Koper heeft bovendien verklaard dat hij de woonark graag wilde vanwege de mooie ligging. Ten tweede is niet gebleken dat koper de woonark voor een lagere prijs had kunnen kopen. Er waren meerdere geïnteresseerden die zelfs méér wilden bieden. De kantonrechter heeft de vorderingen van koper afgewezen.

 

* Een Move account is een beveiligde, digitale werkomgeving die NVM-makelaars gebruiken bij het (ver)koopproces van een woning. Het wordt gebruikt voor het inzien van documenten, het doen van biedingen via een transparant biedlogboek en het veilig communiceren met makelaars

Auteur
Saskia van Dijke, senior jurist beroepsaansprakelijkheid bij de Vereende

[1] Zie ook Hof Den Haag 7 oktober 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3108, r.o. 3.7, te vinden op www.rechtspraak.nl.