10 juni ’26 – De vervangingskostenclausule is bedoeld om het ondernemersrisico uit te sluiten. Uitgangspunt is dat een partij die zich contractueel verbindt tot het leveren van een zaak of het verrichten van een dienst, zelf verantwoordelijk is voor een correcte uitvoering daarvan. Indien de prestatie ondeugdelijk is, blijft de schade die daaruit voortvloeit in beginsel voor rekening van de verzekerde. In de praktijk leidt de vervangingskostenclausule echter regelmatig tot discussie. Hoewel de clausule een standaardonderdeel is van AVB-polissen, is de rechtspraak over de reikwijdte ervan beperkt. Op één punt biedt een recent arrest van het Gerechtshof Den Haag meer duidelijkheid: de vraag waar de grens ligt tussen schade die kwalificeert als vervangingskosten en schade die als gevolgschade voor dekking in aanmerking komt.[1] Deze vraag is van belang voor ondernemers die aansprakelijk worden gesteld en hun schade onder de AVB-verzekering claimen.
Wat zijn vervangingskosten?
In de literatuur worden vervangingskosten omschreven als alle kosten, verbonden aan de inzet van arbeid en het gebruik van materiaal en transportmiddelen om de wederpartij alsnog de overeengekomen, primaire prestatie te verschaffen.[2] Deze kosten zijn onder de vervangingskostenclausule in een AVB uitgesloten van dekking. Bij het beantwoorden van de vraag welke kosten als vervangingskosten kwalificeren, is dus doorslaggevend welke prestatie op basis van de overeenkomst moest worden uitgevoerd. Als de verzekerde bijvoorbeeld is overkomen dat hij alleen een zaak zou leveren, maar niet ook de montage daarvan, zijn alleen de arbeids-, materiaal- en transportkosten gemoeid met de levering van dekking uitgesloten. Wanneer het herstellen van de schade samenvalt met de (totale) primaire prestatie, is het herstellen dus uitgesloten onder de vervangingskostenclausule. Voor zover het herstellen niet samenvalt met de primaire prestatie, zijn de kosten hiervan wél gedekt onder de verzekering.
Kosten of schade
De vraag welke kosten wel en niet onder de vervangingskostenclausule vallen, is een kwestie van uitleg en wordt dus in belangrijke mate bepaald door de precieze bewoordingen van de clausule. Daarbij is van belang of de clausule enkel “kosten” uitsluit of ruimer is geformuleerd en ook “schade” omvat. Een clausule die uitsluitend ziet op kosten van herstel, vervanging of het opnieuw uitvoeren van de primaire prestatie, raakt in beginsel alleen het ondernemersrisico: de verzekerde moet zelf instaan voor een deugdelijke nakoming van zijn contractuele verplichtingen. Indien daarentegen ook “schade” wordt uitgesloten, kan de uitsluiting een bredere reikwijdte hebben. Dit geldt bijvoorbeeld voor schade wegens het niet of niet naar behoren kunnen gebruiken van de geleverde zaak of verrichte werkzaamheden. In dat geval kan de uitsluiting ook vertragingsschade en andere vermogensschade omvatten, afhankelijk van het gehanteerde schadebegrip en de dekking onder de polis.[3]
Overlap in schadeposten
Een probleem dat zich kan voordoen is overlap van schade die het gevolg is van (a) het opnieuw uitvoeren van de primaire prestatie en (b) de ondeugdelijke prestatie zelf. Die eerste categorie wordt met de vervangingskostenclausule uitgesloten, dat is typische schade die het ondernemers- of bedrijfsrisico betreft. De schade die het fysieke gevolg is van de onjuiste prestatie is in principe wel gedekt. Maar soms zit er overlap in deze twee posten. Dat speelde in een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 8 oktober 2024.
Achtergrond van de zaak
Een aannemer had een kelder gebouwd met prefab betonwanden, die later gingen lekken doordat er te weinig krimpwapening was toegepast en de coating gebrekkig was. Om de scheuren te herstellen, moesten de wanden worden geïnjecteerd. Daarvoor moesten ook voorzetwanden, betimmering, isolatie en leidingen worden verwijderd en vervangen. De aannemer werd aansprakelijk gesteld voor de schade en diende een schadeclaim in bij de AVB-verzekeraar. Op de AVB-polis van de aannemer was in artikel 3.4 een vervangingskostenclausule opgenomen. Deze luidt als volgt:
“ 3.4 Geleverde zaken/Verrichte werkzaamheden
Ongeacht wie de schade heeft geleden of de kosten heeft gemaakt, is niet gedekt de aansprakelijkheid voor:
– schade aan zaken die door of onder verantwoordelijkheid van verzekeringnemer zijn geleverd;
– schade en kosten die verband houden met het terugroepen, vervangen, verbeteren of herstellen van de zaken die door of onder verantwoordelijkheid van verzekeringnemer zijn geleverd;
– schade en kosten die verband houden met het geheel of gedeeltelijk opnieuw verrichten van de werkzaamheden die door of onder verantwoordelijkheid van verzekeringnemer zijn verricht.”
De verzekeraar beriep zich op de vervangingskostenclausule en weigerde dekking voor de herstelkosten van de kelder, inclusief de kosten van het vervangen van de binnenafwerking. Volgens de verzekeraar hielden ook die kosten verband met het herstel van de gebrekkige betonwanden en waren ze dus uitgesloten van dekking.
Het oordeel
Het hof oordeelde dat de clausule zo moet worden uitgelegd dat alleen schade en kosten die rechtstreeks voortvloeien uit het herstel van de gebrekkige prestatie en die zonder dat herstel niet zouden zijn gemaakt, van dekking zijn uitgesloten. Met andere woorden: alleen kosten die er niet zouden zijn geweest zonder het herstel van de primaire prestatie vallen onder de uitsluiting. Nu de vervangingskostenclausule een uitsluitingsclausule is, past daarbij een restrictieve uitleg. Kosten voor herstel of vervanging van de binnenafwerking zijn wél gedekt voor zover zij (mede) zijn veroorzaakt door waterschade als gevolg van de lekkages, en dus niet uitsluitend zijn gemaakt om de betonwanden te kunnen herstellen.
In dezelfde uitspraak oordeelde het hof ook over een vordering wegens gederfd woongenot als gevolg van lekkages en daaropvolgende herstelwerkzaamheden. Het hof maakte daarbij onderscheid tussen verschillende periodes. De periode die noodzakelijk was voor het herstel van de primaire oorzaak (de lekkage) komt niet voor vergoeding in aanmerking. De periode waarin herstelwerkzaamheden werden uitgevoerd die betrekking hadden op de gevolgschade (zoals herstel van de vloer en het verwijderen en terugplaatsen van afwerking), kan wél leiden tot vergoeding van gederfd woongenot, omdat deze werkzaamheden losstaan van het herstel van de primaire prestatie zelf. In dit geval achtte het hof een vergoeding van € 15.000 (vier maanden à € 3.750) redelijk. Uit dit arrest volgt dat onderscheid moet worden gemaakt tussen twee situaties: (i) de periode waarin de primaire oorzaak wordt hersteld (bijvoorbeeld het verhelpen van de lekkages) en (ii) de periode waarin overige zaakschade wordt hersteld.
Afronding
Het is duidelijk dat de verzekeraar de vervangingskostenclausule hanteert om niet te hoeven betalen voor slecht ondernemerschap. Als de verzekeraar zich op de clausule beroept, krijgen verzekerden een deel van hun schade niet vergoed. De vraag of het beroep op de clausule terecht is, staat dus ook regelmatig ter discussie. Zoals altijd, is de uitkomst van die discussie afhankelijk van alle omstandigheden van het geval, zoals de precieze bewoordingen van de clausule (alleen ‘kosten’ of, breder, ook ‘schade’?). Duidelijk is wel dat de clausule, algemeen gesteld, restrictief moet worden uitgelegd. Kosten vallen alleen onder de vervangingskostenclausule wanneer zij uitsluitend verband houden met het herstel van de ondeugdelijke primaire prestatie. Anders gezegd: het herstel van de primaire prestatie moet worden “weggedacht” om te beoordelen of kosten voor dekking in aanmerking komen.
Auteur
Sarah Derks, advocaat bij JPR Advocaten

[1] Gerechtshof Den Haag 8 oktober 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1767.
[2] J.H. Wansink, De algemene aansprakelijkheidsverzekering, Deventer: Kluwer 2006, p. 175.
[3] E.E. Krikke, ‘De vervangingskotenclausule: nóg een keer beschouwd’, VAST 2025/P-046.