8 juli ’26 – Het is regelmatig in het nieuws: “auto’s uitgebrand op parkeerplaats, de brandweer gaat uit van brandstichting”. Je doet het al jaren, ’s morgensvroeg rijd je met de auto naar het treinstation van je woonplaats om vervolgens met de trein naar je werk te gaan. Dat scheelt iedere dag een hoop tijd omdat je de files vermijdt en het scheelt hoge parkeerkosten. Bovendien kun je in de trein alvast ontspannen, wat werken of een boek lezen. Aan het einde van de werkdag brengt de trein je weer naar het station waar je auto geparkeerd staat.
Nietsvermoedend loop je door het station naar de parkeerplaats waar je auto staat. Vol ongeloof kijk je naar wat vanmorgen nog jouw trotse bezit was en nu aan één kant is veranderd in een smeulende stinkende berg verwrongen metaal en kunststof: jouw auto is voor een groot deel verbrand! Je komt er al gauw achter dat de oorzaak van de brandschade aan jouw auto de auto ernaast is. Die is volledig uitgebrand en de vlammen hebben ook forse schade aan jouw auto toegebracht.
Als je van de eerste schrik bent bekomen, denk je aan je autoverzekering. Je hebt je auto alleen WA verzekerd, dus de brandschade is niet gedekt… of toch wel?
Als je auto alleen WA is verzekerd, dan is schade aan je eigen auto inderdaad niet verzekerd. Schade die jij met jouw auto toebrengt aan een ander, valt wél onder de WA-verzekering van je auto.
Maar in dit geval heb je brandschade door een in brand staande auto die naast de jouwe staat geparkeerd. En is de schade dus niet ontstaan door een aanrijding. Dus kun je fluiten naar de spreekwoordelijke centen. Toch?
Feit of Fabel: “Schade aan mijn WA-verzekerde auto door een andere brandende auto is verzekerd”
Sinds enkele jaren is de zesde richtlijn motorrijtuigenverzekering (hierna de zesde wam-richtlijn) van toepassing. Deze zesde wam-richtlijn vermeldt onder andere:
Deelname aan verkeer
In de nieuwe wetgeving wordt het begrip “deelneming met het motorrijtuig aan het verkeer” vervangen door “het gebruik van het motorijtuig in overeenstemming met de functie van dat motorrijtuig als vervoermiddel, ongeacht de kenmerken van het motorrijtuig en ongeacht het terrein waarop het motorrijtuig wordt gebruikt en of het stilstaat of in beweging is”. Met opname van deze definitie wordt verduidelijkt wanneer de verzekeringsplicht geldt. Ongeacht of het motorrijtuig rijdt of stilstaat/geparkeerd is, als het motorrijtuig op het moment van schade de functie had van vervoermiddel, wordt het geacht gedekt te zijn volgens de W.a.m.
De auto die de brandschade aan jouw auto heeft veroorzaakt, was nog wel een vervoermiddel, maar niet in beweging. En door deze tekst kan de schade aan jouw auto mogelijk toch onder de dekking van de WA-verzekering van de schadeveroorzakende auto vallen.
Mogelijk… want als de auto naast die van jou in brand is gevlogen door een eigen gebrek van het voertuig zelf, bijvoorbeeld kortsluiting, dan valt de brandschade aan jouw auto onder de uitleg van de zesde wam-richtlijn, en kun je de eigenaar van het schadeveroorzakende voertuig aansprakelijk stellen voor de brandschade aan jouw auto.
Als echter vaststaat dat de brand is ontstaan door een oorzaak buiten het voertuig, zoals bijvoorbeeld brandstichting, dan is er geen sprake van een W.a.m.-risico De schade is dan niet veroorzaakt door het gebruik of functioneren van de naastgelegen auto als vervoermiddel, maar door een externe oorzaak.
In dat geval is er ook geen schadevergoedingsplicht voor de eigenaar van de auto naast die van jou. Jullie zijn dan beiden slachtoffer van brandstichting. En dan is de schade aan jouw auto niet verzekerd.
Kun je dan nog bij het Waarborgfonds terecht met de schade aan jouw auto? Deze is immers veroorzaakt door een motorrijtuig?
Om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding door het Waarborgfonds, moet het schadeveroorzakende motorrijtuig onbekend zijn of onverzekerd zijn. De identiteit van de uitgebrande auto zal (bijna altijd) bekend zijn. Dus het Waarborgfonds zal hier niet snel een taak hebben.
Feit of fabel?
De stelling luidt: “Schade aan mijn WA-verzekerde auto door een andere brandende auto is verzekerd”.
Als de brandschade aan jouw auto is veroorzaakt doordat de auto naast jou door, bijvoorbeeld kortsluiting of een technisch gebrek, in brand is gevlogen, dan kun je de schade aan jouw auto vergoed krijgen van de verzekeraar van die auto. En dan is de stelling een feit.
Is de brand echter aangestoken, en heeft die brand dus een oorzaak van buitenaf, dan ben jij, en de eigenaar, allebei slachtoffer van brandstichting (vandalisme). En dan kun je de verzekeraar van de auto naast die van jou niet met succes aanspreken voor jouw schade. Er is dan geen sprake van verwijtbaar handelen aan de zijde van de eigenaar van de in brand gestoken auto. En dan is de stelling een fabel.
De brandschade aan de auto van ‘de buurman’ is mogelijk wél verzekerd als hij een Volledig Cascoverzekering heeft voor die auto. Bij een enkele verzekeraar ook op een Beperkt Cascoverzekering.
Auteur
Gert-Jan Paauw, specialist Verzekeringstechniek bij de Vereende
