16 september ’26 – Let op: niet alle voorstellen zijn definitief. Deze zijn pas definitief na akkoord van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.
Youngtimerregeling verandert minder snel
Rijdt een werknemer of ondernemer in een oudere auto van de zaak? Dan kan de youngtimerregeling gelden. Bij deze regeling telt niet de cataloguswaarde mee, maar 35% van de marktwaarde van de auto.
De leeftijdsgrens zou in 2027 naar 25 jaar gaan. Het kabinet maakt die stap kleiner. De grens gaat in 2027 naar 17 jaar en vanaf 2028 naar 20 jaar.
Stond de auto uiterlijk op 31 december 2025 al ter beschikking en wordt deze in 2027 17 jaar? Dan geldt een aanvullend overgangsjaar en mag de youngtimerregeling heel 2027 worden toegepast. Vanaf 2028 geldt een leeftijdsgrens van 20 jaar. Auto’s die dan nog geen 20 jaar oud zijn, vallen tijdelijk buiten de regeling totdat zij die leeftijd bereiken.
Korting op de bijtelling voor oudere elektrische auto’s
Vanaf 2029 komt er een greentimerregeling. Elektrische auto’s van 5 tot 8 jaar oud krijgen dan een bijtelling van 14%.
Een auto kan dit lage tarief maximaal drie jaar gebruiken. De regeling loopt tot en met 2032. De laatste groep valt er in 2035 uit.
Heffing voor werkgevers met fossiele auto’s van de zaak
Vanaf 2027 betalen werkgevers een pseudo-eindheffing over fossiele personenauto’s die zij ook privé ter beschikking stellen. Het kabinet stelt nu een aantal uitzonderingen voor:
- Krijgt een werknemer tijdelijk een andere auto door onderhoud of reparatie? Dan geldt de heffing niet, zolang dit per keer niet langer duurt dan veertien dagen. Een bandenwissel en schadeherstel tellen ook als onderhoud of reparatie.
- Lesauto’s met een handgeschakelde versnellingsbak vallen buiten de heffing.
- Stelt een werkgever een huur- of deelauto maximaal zeven dagen achter elkaar per jaar ook privé beschikbaar? Dan is er geen heffing. Deze uitzondering vervalt op 31 december 2030.
- Ging het om een auto die de werkgever al vóór 2027 voor het eerst ter beschikking stelde? Dan loopt het overgangsrecht tot en met 31 december 2030.
Verder komt er een regel die voorkomt dat deze heffing samenvalt met de pseudo-eindheffing over hoge vertrekvergoedingen.
Tijdelijk lagere motorrijtuigenbelasting voor bestel- en vrachtauto’s
Door de sterk gestegen brandstofprijzen is de motorrijtuigenbelasting tijdelijk verlaagd. Voor bestelauto’s van ondernemers ging het tarief naar de helft. Voor vrachtauto’s ging het tarief naar nul.
De verlaging gold van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026 en wordt nu alsnog in de wet vastgelegd. Vanaf 2027 gelden de gewone tarieven weer. Het kabinet bedoelt dit uitdrukkelijk niet als blijvende verlaging.
Meer elektrische auto’s en laadpunten
Het kabinet wil dat het wagenpark van personenauto’s in 2050 emissievrij is. Als tussendoel moet het aandeel volledig elektrische personenauto’s stijgen van 7,4% begin 2026 naar minimaal 21% in 2030.
Het kabinet versnelt dit door de zakelijke leasemarkt vanaf 2027 te normeren met de pseudo-eindheffing. Ook komt er een landelijk dekkend netwerk van laad- en tankinfrastructuur.
Betere toegang tot het recht
Het kabinet verlaagt de griffierechten. Voor hoge vorderingen geldt deze verlaging niet. Zo blijft de stap naar de rechter toegankelijk.
Vanaf 2027 komt er structureel € 10 miljoen per jaar extra voor het behoud van de sociale advocatuur. Het kabinet doet dit samen met de NOvA en de Raad voor Rechtsbijstand. Voor mensen met een kleine portemonnee is het van groot belang dat zij aanspraak kunnen maken op een sociaal advocaat.
Rechtzoekenden vinden procederen bij de civiele rechter ingewikkeld. In 2027 onderzoekt het kabinet waar die ingewikkeldheid in zit. Ook wordt digitaal procederen verder mogelijk gemaakt.
Verder komt er een vernieuwd kader voor geschillenbeslechting buiten de rechter om voor consumenten. Dit volgt uit de herziene Europese ADR-richtlijn.
Meer geautomatiseerde verkeershandhaving
Het Openbaar Ministerie voert het programma verkeershandhaving uit. Het kabinet zet meer in op geautomatiseerde handhaving.
Het gaat om het vervangen van digitale flitspalen en trajectcontrolesystemen, en om nieuwe vormen van handhaving zoals flexflitsers.
Meer verkeersslachtoffers
In 2025 kwamen 759 mensen om door een verkeersongeval. Dat zijn er 84 meer dan een jaar eerder. De grootste groep slachtoffers zijn fietsers (281), daarna automobilisten (228). Verder gaat het om 59 voetgangers, 54 mensen in een scootmobiel, 53 motorrijders, 40 chauffeurs van bestel- en vrachtauto’s en 38 brom- en snorfietsers.
Doel: nul verkeersslachtoffers
Het kabinet houdt vast aan de ambitie van nul verkeersslachtoffers in 2050. Die ambitie wordt uitgewerkt naar een haalbaar doel voor 2035 met meetbare indicatoren.
De voortgang wordt steeds gemeten. Het kabinet bekijkt dan of extra maatregelen nodig en haalbaar zijn binnen het bestaande budget.
Helmplicht voor e-bikes en aanpak fatbikes
Er komt een aparte voertuigcategorie voor fatbikes en een minimumleeftijd. Ook komt er een helmplicht tot 18 jaar voor alle e-bikes en lichte elektrische voertuigen. Deze regel treedt naar verwachting in het derde kwartaal van 2027 in werking.
Verder wordt strenger gehandhaafd op snelheid en worden de regels voor de verkoop van elektrische fietsen en onderdelen aangescherpt.
Strengere regels voor alcohol en drugs in het verkeer
Infrastructuur en Waterstaat werkt samen met Justitie en Veiligheid aan een zero-tolerancebeleid voor alcohol en drugs in het verkeer.
Het onderzoek van SWOV naar een nullimiet wordt hierin meegenomen. Het kabinet let daarbij op handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid.
Veiligere rijkswegen
Het kabinet brengt maatregelen in beeld voor de rijkswegen, op het gebied van infrastructuur, gedrag en voertuigveiligheid. In 2027 wordt bekeken met welk pakket het grootste verkeersveiligheidsrendement kan worden bereikt.
Met het resterende budget van de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid worden locaties met een verhoogd risico versneld aangepakt. Het gaat daarbij om wegen van gemeenten, provincies en waterschappen.
Veiligere auto’s en waarschuwingen in navigatie
Het kabinet stimuleert via Euro NCAP dat fabrikanten extra veiligheidsmaatregelen nemen. Zo komen er weer fysieke knoppen voor belangrijke functies in de auto, in plaats van bediening via een menu op een scherm. Dat gaat afleiding tegen.
Verder komen er afspraken met navigatiediensten over waarschuwingen in navigatie-apps, bijvoorbeeld bij rode kruizen, wegafsluitingen en naderende hulpdiensten. Ook starten er pilots met autonome voertuigen in het openbaar vervoer en de logistiek.
Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts)
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de Wts uit. Op de begroting staat geld om RVO paraat te houden voor de uitvoering van deze wet en om aanvragen af te handelen als dat nodig is.
Asbest
Lijdt iemand aan maligne mesothelioom of asbestose door asbest op het werk? Dan kan diegene een tegemoetkoming of een voorschot op een schadevergoeding krijgen via de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS).
Betaalt de (oud-)werkgever later alsnog een schadevergoeding? Dan wordt het voorschot daarmee verrekend.
Het aantal aanvragen blijft de komende jaren naar verwachting gelijk. Werken met asbest is al sinds 1993 verboden. Toch kunnen mensen tot tientallen jaren na blootstelling nog ziek worden.
Nieuwe regels voor werken met asbest
Het kabinet wil de gewijzigde regelgeving en uitvoering rond de herziene Europese asbestrichtlijn begin 2027 in werking laten treden. In 2027 wordt onder meer de vergunningverlening hiervoor verder ingericht.
Asbestziekte buiten het werk
Kreeg iemand maligne mesothelioom of asbestose door contact met asbest buiten het werk? Dan kan diegene een tegemoetkoming aanvragen via de regeling TNS.
Deze regeling is dus niet bedoeld voor ziekte door asbest op het werk. Daarvoor bestaat de TAS. De Sociale Verzekeringsbank voert de TNS uit.
Asbestdaken en het asbestvolgsysteem
Het kabinet blijft de aanpak van asbestdaken stimuleren via communicatie.
Rijkswaterstaat beheert het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS). Tegelijk wordt gewerkt aan de afbouw van het systeem en een andere manier om de benodigde meldingen voor toezicht en handhaving te organiseren. Ook ondersteunt Rijkswaterstaat het asbestbeleid en de verbetering van regels om blootstelling aan asbestvezels via de leefomgeving te beperken.
Tegemoetkoming bij beroepsziekten door gevaarlijke stoffen
Werd een (ex-)werknemer ziek door blootstelling aan gevaarlijke stoffen op het werk? Dan kan diegene eenmalig € 27.030,- krijgen (bedrag 2026). Deze regeling heet de Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten (TSB).
De regeling begon in 2023 met drie ziekten. Sinds 1 juli 2025 vallen er zes ziekten onder: longkanker door asbest, allergisch beroepsastma, CSE, longkanker door silica, silicose en neus(bijholte)kanker door houtstof. De regeling wordt de komende jaren verder uitgebreid.
Krijgt iemand ook een schadevergoeding van de werkgever? Dan wordt de tegemoetkoming daarmee verrekend.
Het kabinet wil met deze regeling een kortere route bieden naar erkenning van een beroepsziekte. Een rechtszaak duurt gemiddeld zeven jaar en is vaak niet kansrijk.
OPS-fonds
Voor het fonds voor het organo psycho syndroom (OPS) staat vanaf 2026 geen bedrag meer op de begroting.
Box 1
Aanpassing tarieven inkomstenbelasting
In 2027 stijgt het tarief in de eerste belastingschijf van 35,75% naar 36,23% en in de tweede schijf van 37,56% naar 38,16%. De aanpassingen van de belastingschijven blijven achter bij de inflatie:
- De grens tussen schijf 1 en schijf 2 wordt slechts met 48% van de inflatie verhoogd.
- De schijfgrens voor schijf 3 blijft onveranderd op € 78.426,-.
AOW niet bereikt
Heeft iemand de AOW-leeftijd nog niet bereikt? Dan gelden vanaf 1 januari 2027 in box 1 de volgende tarieven:
| Bij een inkomen van | ||
| meer dan | maar niet meer dan | bedraagt het tarief |
| € 0,- | € 39.247,- | 36,23% |
| € 39.247,- | € 78.426,- | 38,16% |
| € 78.426,- | – | 49,50% |
AOW wel bereikt (geboren vanaf 1946)
Heeft iemand de AOW-leeftijd wel bereikt? En is diegene geboren vanaf 1946? Dan gelden vanaf 1 januari 2027 in box 1 de volgende tarieven:
| Bij een inkomen van | ||
| meer dan | maar niet meer dan | bedraagt het tarief |
| € 0,- | € 39.247,- | 18,33% |
| € 39.247,- | € 78.426,- | 38,16% |
| € 78.426,- | – | 49,50% |
Het tarief in schijf 1 bestaat uit belastingen en premies volksverzekeringen. Mensen die recht hebben op AOW, betalen geen premie voor de AOW.
AOW wel bereikt (geboren voor 1946)
Heeft iemand de AOW-leeftijd wel bereikt? En is diegene geboren voor 1946? Dan gelden vanaf 1 januari 2027 in box 1 de volgende tarieven:
| Bij een inkomen van | ||
| meer dan | maar niet meer dan | bedraagt het tarief |
| € 0,- | € 41.637,- | 18,33% |
| € 41.637,- | € 78.426,- | 38,16% |
| € 78.426,- | – | 49,50% |
De inkomensgrens voor AOW’ers die geboren zijn voor 1946 is € 2.390,- hoger dan voor AOW’ers die geboren zijn vanaf 1946.
Heffingskortingen
Algemene heffingskorting
Het volgende geldt voor de AHK in 2027:
| Maximale AHK | € 3.154,- |
| Afbouwpunt AHK | € 30.910,- |
Arbeidskorting
Als onderdeel van het koopkrachtpakket wordt de arbeidskorting in 2027 op alle knikpunten met € 173,- verhoogd. Hierdoor houden werkenden die voor de arbeidskorting in aanmerking komen netto meer inkomen over.
| Maximale arbeidskorting | € 5.929,- |
| Afbouwpunt arbeidskorting | € 47.834,- |
| Percentage afbouw arbeidskorting | 6,51% |
Praktische tip voor de financieel adviseur
De algemene heffingskorting wordt met € 39,- verhoogd en blijft daarmee achter op de inflatie. De arbeidskorting wordt forser verhoogd met maximaal € 244,-, dat is gunstig voor werkenden.
Omdat de tarieven voor de inkomstenbelasting in schijf 1 en schijf 2 van box 1 verhoogd worden, zijn de koopkrachteffecten van alle voorgestelde maatregelen samen afhankelijk van inkomen, leeftijd en inkomstenbron. Het gemiddelde koopkrachteffect is door het Nibud berekend op –0,1%. Na jaren van koopkrachtstijging is er nu sprake van een koopkrachtdaling.
Inkomensafhankelijke combinatiekorting
De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt vanaf 2027 geleidelijk afgebouwd. In 2027 daalt de IACK met € 153,- en daarna wordt de korting in totaal in negen stappen verder verlaagd. Per 1 januari 2035 is de IACK volledig afgeschaft.
| Maximale IACK | € 2.918,- |
| Percentage opbouw IACK | 11,45% |
Ouderenkorting
De ouderenkorting wordt in 2027 eenmalig met € 100,- verlaagd. Hierdoor daalt het netto besteedbaar inkomen van ouderen die recht hebben op deze heffingskorting.
| Maximale ouderenkorting | € 1.993,- |
| Afbouwpunt ouderenkorting | € 46.577,- |
| Percentage afbouw ouderenkorting | 15% |
Box 3
Tarief
Het tarief in box 3 is 36% vanaf 1 januari 2027.
Heffingsvrij vermogen
Het heffingsvrij vermogen stijgt naar € 60.098,- per fiscaal partner.
Praktische tips voor de financieel adviseur
De definitieve besluitvorming over de Wet werkelijk rendement box 3 is uitgesteld tot het eerstvolgende begrotingsmoment. In de praktijk zou dit de besluitvorming voor de Voorjaarsnota 2027 zijn.
Het kabinet zou een novelle voor box 3 indienen, maar dat is niet gebeurd. Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet vier mogelijke vervolgroutes, die allemaal geld kosten en waarvoor dekking nodig is. Hierdoor is nog onzeker hoe het nieuwe box 3-stelsel eruit komt te zien en wanneer het ingaat. Tot aan de invoering van een nieuw box 3-stelsel geldt de Overbruggingswetgeving box 3 en de Tegenbewijsregeling box 3. De volgende forfaitaire rendementen gelden vanaf 2027:
• Banktegoeden: 1,27%;
• Overige bezittingen: 6,37%;
• Schulden: 2,85%.
Afschaffen aftrek specifieke zorgkosten
De aftrek voor specifieke zorgkosten en de daaraan gekoppelde TSZ-regeling worden per 1 januari 2028 afgeschaft. Volgens het kabinet is de regeling onvoldoende gericht op chronisch zieken en mensen met een beperking, beperkt doelmatig en doeltreffend, complex voor belastingplichtigen en moeilijk uitvoerbaar en handhaafbaar voor de Belastingdienst. Door het vervallen van de aftrek kan het verzamelinkomen van belastingplichtigen stijgen, wat gevolgen kan hebben voor inkomensafhankelijke regelingen en eigen bijdragen. Voor toekomstige ondersteuning van chronisch zieken en mensen met een beperking heeft het kabinet vanaf 2027 € 350,- miljoen beschikbaar gesteld. De precieze inzet van deze middelen moet nog worden bepaald.
Vereenvoudiging belastingmaatregelen
Het kabinet wil het belastingstelsel eenvoudiger maken. Een aantal maatregelen uit het Belastingplan die hieronder vallen zijn:
- Afschaffen van het lage btw-tarief van 9% voor sierbloemen en -planten
- Afschaffen van het lage btw-tarief voor ballonvaarten
Het lage tarief voor accijns op bier voor kleine brouwerijen afschaffen. Kleinere brouwerijen moeten hierdoor meer accijns afdragen.
Tarief overdrachtsbelasting voor niet-eigen woning van 8% naar 7%
Gaat de verkrijger de woning niet zelf duurzaam als hoofdverblijf bewonen? Dan gaat het tarief voor de overdrachtsbelasting van 8% naar 7%. De voorgestelde ingangsdatum is 1 januari 2027. De verlaging geldt voor beleggers die een woning aankopen voor de verhuur en voor particulieren met een tweede (of derde, enz.) woning en vakantiehuizen. Het 2%-tarief voor woningen die hoofdverblijf zijn, de startersvrijstelling en het tarief van 10,4% voor onder meer bedrijfspanden blijven ongewijzigd.
Het doel is het investeringsklimaat voor verhuurders te verbeteren en het aanbod van huurwoningen, waaronder nieuwbouw, te vergroten. Het effect is naar verwachting positief maar beperkt; de maatregel hoort bij een breder pakket, met onder meer de belasting van vastgoed in box 3. In 2029 volgt een evaluatie, ook van onbedoelde effecten zoals tweede woningen en vakantiehuizen.
Praktische tip voor de makelaar/taxateur
Het kabinet wil het tarief voor de overdrachtsbelasting voor niet-eigen woningen per 1 januari 2027 verlagen naar 7%. Voor de overdrachtsbelasting telt het moment van de notariële levering, niet de datum van de koopovereenkomst. Koopt je klant eind 2026 een beleggingspand, tweede woning of vakantiewoning? Dan kan het voordelig zijn om de levering ná de jaarwisseling te plannen.
Overzicht overdrachtsbelasting
| Type | Tarief |
| Overdrachtsbelasting verlaagd tarief eigen woning | 2% |
| Overdrachtsbelasting tarief niet-eigen woningen | 7% |
| Overdrachtsbelasting algemeen tarief voor niet-woningen | 10,4% |
Nieuwe vrijstelling overdrachtsbelasting bij overdracht DAEB-vastgoed tussen woningcorporaties
De bestaande vrijstelling voor taakoverdracht is voor corporaties complex en soms onbruikbaar, waardoor zij nu het reguliere tarief voor de overdrachtsbelasting betalen. Daarom komt er speciaal voor woningcorporaties een nieuwe vrijstelling, zodat zij makkelijker vastgoed van elkaar kunnen overnemen.
Verkrijgt een woningcorporatie van een andere woningcorporatie een onroerende zaak die nodig is om bepaalde diensten van algemeen economisch belang (DAEB) te verrichten? Dan gaat een nieuwe vrijstelling van overdrachtsbelasting gelden, voorgesteld vanaf 1 januari 2027. Gaat het om een andere onroerende zaak, bijvoorbeeld een woning die geen rol heeft bij de DAEB of bedrijfsonroerendgoed? Dan geldt deze vrijstelling niet.
Vrijstelling taakoverdracht vervalt bij bedongen koopsom
Wordt bij een taakoverdracht tussen algemeen nut beogende instellingen (ANBI) een koopsom bedongen? Dan gaat de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor taakoverdracht niet meer gelden. Voor woningcorporaties kan in plaats daarvan de nieuwe DAEB-vrijstelling van toepassing zijn. Dit voornemen loopt mee in het Eindejaarsbesluit 2026.
Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen
Het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen (NFBK) wordt voortgezet. In het Coalitieakkoord was boven de oorspronkelijke omvang van € 100 miljoen nog een extra bedrag van € 100 miljoen voor dit fonds toegezegd. Het geld komt beschikbaar in de jaren 2028 – 2034. Zo houden koopstarters met een middeninkomen kopersondersteuning bij de aankoop van een nieuwbouwwoning. Ontwikkelaars van nieuwbouwprojecten kunnen bij het fonds aanvragen om woningen met kopersondersteuning te verkopen. Het fonds is revolverend: de oorspronkelijke fondsomvang is op korte termijn volledig uitgegeven en vloeit pas vanaf 2030-2032 terug. Daarom is in het Coalitieakkoord € 100 miljoen extra geld vrijgemaakt voor het fonds.
Praktische tip voor de financieel adviseur
Op de website van het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen kan jouw klant precies zien wat de voorwaarden zijn en hoe de koopondersteuning werkt.
Eigenwoningforfait
Voor woningen met een WOZ-waarde tot € 1.360.000,- is het percentage 0,35% in 2027. Vanaf € 1.360.000,- is het percentage 2,35%.
Praktische tip voor de financieel adviseur
Het kabinet wil de percentages van het eigenwoningforfait in 2027 gelijk houden op 0,35% en 2,35%. Wel wordt de grens voor het hoge percentage iets aangepast, van € 1.350.000,- in 2026 naar € 1.360.000,- in 2027. Deze verhoging blijft achter bij inflatie en bij de verwachte stijging van de WOZ-waarden. In de praktijk gaan veel mensen met een duurdere eigen woning hierdoor meer belasting betalen.
Geleidelijke afschaffing belastingaftrek bij geen of geringe eigenwoningschuld (Wet Hillen)
De aftrek bij geen of kleine hypotheekschuld bouwt al sinds 2026 sneller af, namelijk 4,8 procentpunt per jaar in plaats van 3,33 procentpunt per jaar. Daardoor blijft er in 2027 nog 67% over van het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten. Per 1 januari 2041 is de aftrek helemaal weg.
Ruimere regels hospitaverhuur
Een wetsvoorstel moet hospitaverhuur, het verhuren van een deel van de eigen woning, aantrekkelijker maken. Zo zou er een tijdelijk huurcontract van maximaal vijf jaar kunnen komen met een proeftijd van negen maanden en zou het contract beëindigd kunnen worden bij (executie)verkoop en overlijden. Het voorstel is nog niet aangenomen; het streven is inwerkingtreding op 1 januari 2027.
Praktische tip voor de financieel adviseur
Nationale Hypotheek Garantie (NHG) staat niet negatief tegenover het financieren van een woning die deels verhuurd is op basis van hospitaverhuur.
Geldverstrekkers volgen in de praktijk regelmatig het beleid van NHG voor het accepteren van een hypothecair krediet op een onderpand.
Doorstroombank of hypotheekproduct voor ouderen
Het kabinet verkent het oprichten van een doorstroombank of een aantrekkelijk hypotheekproduct waarmee ouderen het vermogen in hun woning makkelijker kunnen vrijmaken. Samen met marktpartijen, belangenorganisaties en toezichthouders wordt onderzocht welke knelpunten ouderen ervaren bij doorstroming en wat daarbij helpt. In 2027 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitwerking, inclusief een implementatieplan.
Minimumnormen energielabels huursector
Het kabinet bevestigt het uitfaseren van de slechtste energielabels in de sociale huursector richting 2028. Vanaf 2029 gelden minimumnormen voor de hele huursector, met verdere aanscherping richting 2040. Beter geïsoleerde woningen verbruiken minder energie, wat de energierekening verlaagt en het comfort verbetert.
Praktische tips voor de makelaar/taxateur
- Heb je een klant met een verhuurde woning met energielabel E, F of G? Wijs je klant er dan op dat de woning vanaf 2029 minimaal energielabel D moet hebben.
- Er bestaan uitzonderingen voor beschermde rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten. Ook voor tijdelijk gebruik en voor woningen die voor de sloop zijn bestemd, zijn uitzonderingen opgenomen in het ontwerpbesluit.
Gebiedsgerichte aanpak warmtetransitie
De wijkgerichte aanpak loopt stroef: collectieve oplossingen zijn op veel plekken nog onvoldoende aantrekkelijk en betaalbaar voor individuele bewoners. Op 1 januari 2027 treedt de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) in werking, die gemeenten de bevoegdheid geeft gebieden aan te wijzen die van aardgas overstappen op een duurzaam alternatief. Gemeenten moeten in 2027 een warmteprogramma vaststellen waarin zij bekendmaken of en in welke wijken zij met verduurzaming aan de slag gaan.
Praktische tip voor de makelaar/taxateur
Op de website van Volkshuisvesting Nederland staat informatie voor gemeenten en een tijdlijn. Bewoners en andere belanghebbenden kunnen voor advies, ondersteuning en ontzorging terecht bij hun gemeente, een lokaal energieloket en www.verbeterjehuis.nl.
Individuele aanpak voor verduurzaming van woningen
De Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars (SVVE) wordt vanaf 2027 verbeterd en vereenvoudigd en krijgt € 25 miljoen extra. Het Nationaal Warmtefonds verstrekt ook in 2027 gunstige leningen voor energiebesparende maatregelen aan woningeigenaren met een laag of middeninkomen en aan verenigingen van eigenaren. De Subsidieregeling verduurzaming en onderhoud huurwoningen (SVOH), die private verhuurders helpt bij verduurzaming, wordt in 2027 geëvalueerd en verbeterd. Ook wordt onderzocht hoe energielabels D en C bij huurwoningen per 2040 kunnen worden uitgefaseerd.
Aanpak funderingsschade
In 2027 wordt verder gewerkt aan de nationale aanpak funderingen. Kopers krijgen meer en betere informatie over de fundering van een woning, zodat zij een beter afgewogen keuze kunnen maken; hiervoor komt een convenant dat in 2027 tot uitvoering komt. Eigenaren krijgen in stappen tijdig inzicht in het type fundering onder hun woning en in de mogelijke risico’s op korte en langere termijn. Ook wordt gewerkt aan kwaliteitsborging en innovatie bij funderingsonderzoek en -herstel.
Praktische tip voor de makelaar/taxateur
Op Volkshuisvesting Nederland kunnen woningeigenaren informatie en ondersteuning over funderingsschade vinden. Bij lokale en regionale informatiepunten en bij het nationaal funderingsloket kunnen zij, net als woningcorporaties en makelaars, nu al advies krijgen over onderzoek, herstel en kosten.
Woningeigenaren die niet in aanmerking komen voor een marktconforme lening voor funderingsherstel kunnen terecht bij het Fonds Duurzaam Funderingsherstel.