4 februari ’26 – Tien jaar lang pleegde hij inbraken. Nu geeft Evert Jansen met zijn bedrijf Evert Jansen Preventie al jarenlang voorlichting over hoe een inbreker te werk gaat – en vooral hoe je hem kunt weren. Volgens deze ervaringsdeskundige zijn de meeste inbraken met simpele maatregelen te voorkomen. “Doe altijd je deur op slot als je weggaat en ken je buren.”
Carnaval en de voorjaarsvakantie waren voor mij gouden tijden
Tot 1998 bestond het leven van Evert Jansen (nu 62) uit gebruiken en overleven. Jarenlang was hij verslaafd aan heroïne en cocaïne. “In het begin leefde ik op het geld van mijn ouders, maar op een gegeven moment vertrouwden ze mij niet meer. En dan moet je iets anders.”
Dat ‘iets anders’ begon klein, met winkeldiefstal. “Ik stal kleding en verkocht die voor een derde van de prijs door. Tot het winkelpersoneel me in de gaten ging houden.” Toen volgde haast vanzelf de stap naar woninginbraak. “Ik dacht: ik zie wel. Ik ging zonder plan op een avond op pad. Ik zocht een huis uit waar het donker was en waar niet opengedaan werd toen ik belde. Toen ben ik naar achter gelopen en naar binnen geklommen. Die eerste keer nam ik wat sieraden en apparatuur mee.”
Grenzen verleggen
Na dit eerste succes verlegde Jansen snel zijn grenzen. “Ik nam voortaan gereedschap mee: schroevendraaier, koevoet, bahco. Ik ging altijd alleen op pad.” Vooral rijtjeshuizen waren Jansens doelwit, maar ook wel bedrijfspanden. “Een keer kreeg ik de alarmcodes van een bedrijf van iemand die ruzie had met zijn baas. Dan zet je het alarm uit en kun je rustig de apparatuur meenemen.”
De afzet van de buit ging via een heler die hij kende van de markt. “Als ik langs zijn marktkraam liep, wist de heler: vanavond komt hij langs.” Zo ging dat jarenlang door. Gemiddeld vier dagen per week, meerdere huizen per dag. In al die tijd is Jansen nooit op heterdaad betrapt, wel meerdere keren opgepakt. Bijvoorbeeld door het profiel van zijn schoenen. Veroordeling en gevangenisstraf volgden, maar dat stopte hem niet. “In de gevangenis kom je ook aan drugs.”
Ommekeer
De ommekeer kwam in 1998. “Als drugsverslaafde kwijn je weg, je wordt broodmager. Ik was moe en wilde niet meer.” Jansen meldde zich bij de verslavingszorg. Hij kickte in drie maanden af en kreeg daarna twaalf maanden therapie. “Ik heb het grondig aangepakt. Toen ik klaar was, wilde ik het liefst in die beschermde omgeving blijven, maar dat kon niet. Uit angst om terug te vallen ben ik voorlichting gaan geven op scholen en in buurthuizen. En dat blijf ik doen tot ik erbij neerval. Ik wil iets terugdoen voor de maatschappij.”
Gelegenheidsinbrekers
Jansen benadrukt dat de meest inbrekers gelegenheidsinbrekers zijn. “Je hebt natuurlijk professionele insluipers die in rijke buurten opereren. Die kunnen alarmsystemen uitschakelen en weten vaak al via via waar iets te halen valt. Maar de overgrote meerderheid van de inbrekers is gelegenheidsdader. Die zoeken de gemakkelijkste kraak en willen zo snel mogelijk weer weg. Daar kun je je tegen wapenen.”
Voorkom dat jouw woning een makkelijk doelwit is
‘Laat je huis bewoond lijken’
Zijn boodschap is steeds dezelfde: voorkom dat jouw woning een makkelijk doelwit is. “Deuren op slot en ramen dicht als je weg bent, altijd. Laat je huis bewoond lijken. Zet een tijdklok op de verlichting. Plaats camera’s. Zorg dat de post niet uit de brievenbus hangt. Heb je een tuin, doe dan de schuttingdeur op slot. Berg waardevolle spullen goed op, zet ze niet in het zicht van de straat. Geld en sieraden horen in een kluis die verankerd is aan de grond.”
Maar veel mensen zijn laks, aldus Jansen. “Vóór ik ergens een presentatie geef, loop ik altijd eerst een rondje door de wijk en maak wat foto’s. Dan zie ik vaak: schuren en achterdeuren die niet op slot zijn, fietsen in de schuur ook niet. Ik ben een keer met een achterdeursleutel naar voren gelopen om die aan de bewoners te geven. Daar schrokken ze enorm van. Ook zie ik vaak ladders en vuilnisbakken in tuinen voor het grijpen staan. Dat is ‘handig’, want daarmee kan ik makkelijk bij een openstaand raam op de bovenverdieping komen.”
Wat mensen volgens Jansen vaak onderschatten, is de waarde van sociale controle. “Ken je buren, let op elkaars huis. Als je iemand ziet die zich verdacht gedraagt, groet hem dan. Dan weet hij dat hij gezien is. En bel de politie.”
Timing van inbraak
Over de timing van inbraken bestaan veel misverstanden, zegt Jansen. “Het gebeurt niet alleen ’s avonds of ’s nachts, elk moment van de dag heeft z’n kansen: ’s Morgens gaat iedereen de deur uit, naar werk of naar school. ’s Middags bij mooi weer staan de ramen open. En inderdaad, ’s avonds profiteert een inbreker van het donker. Aan de andere kant, een heler zit er niet op te wachten dat de inbreker middenin de nacht spullen komt brengen. Vaak weet zijn vrouw niet eens dat hij heler is. Dus hij heeft de spullen het liefst vóór tien uur ’s avonds binnen.”
Op heterdaad
Een laatste vraag: wat kan je als bewoner het beste doen bij een heterdaad, als je thuis bent en er komt een inbreker binnen? “Van mannen hoor ik soms stoere verhalen. Die zeggen: ik pak ’m wel even. Niet doen! Een inbreker heeft vaak een koevoet bij zich. Dus neem zijn signalement op, maak duidelijk dat hij weg moet gaan en bel de politie. Van vrouwen hoor ik wel eens dat ze alleen boven in huis waren, beneden een inbreker hoorden rommelen en dan uit angst zich stil hielden. Ook niet doen! Je moet dan juist lawaai maken, dan gaat hij weg. Het laatste wat een inbreker wil is opgepakt worden.”