6 februari ’26 [artikel is herzien, origineel van 4 februari] – Stelling: Op grond van artikel 11 WAM mag een verzekeraar tegenover een benadeelde geen beroep doen op uitsluitingen, verval van dekking of nietigheid van de verzekering. Dat mag wel als bij de aanvraag van de autoverzekering de verzekeraar bewust werd misleid door verzekeringnemer en de benadeelde.
Feit of Fabel?
Feiten
Mevrouw X dient een verzekeringsaanvraag in voor haar auto (Citroën) maar die aanvraag wordt geweigerd door de verzekeraar. Mevrouw X staat op dat moment onder beschermingsbewind. Om de auto toch te verzekeren wordt de auto op naam van de partner van haar vader gesteld. De partner had hier toestemming voor gegeven. X bemiddelt zelf bij het afsluiten van de autoverzekering en vult het aanvraagformulier namens de partner van de vader in, waarna de verzekering wordt afgesloten op naam van de partner. Vanaf 20 juni 2018 was de auto WA Beperkt Casco verzekerd op naam van de partner van de vader van X.
Ongeval op 1 januari 2019
Door een eenzijdig verkeersongeval op 1 januari 2019 raakt X als passagier in de Citroën, zwaar gewond. De zus van X bestuurde de auto. Als gevolg van het ongeval liep zij een partiële dwarslaesie op. Om de schade vergoed te krijgen wendde X zich via een belangenbehartiger tot de verzekeraar van de auto.
Achteraf blijkt dat bij de aanvraag (op naam van de partner van vader) enkele vragen op het aanvraagformulier onjuist zijn beantwoord. De vraag of u (de verzekeringnemer) of de medebestuurder in het bezit is van een geldig rijbewijs is met “ja” beantwoord. De partner is echter niet in het bezit van een geldig rijbewijs. X wist dat ook. De vraag: Heeft een verzekeraar u of uw medebestuurder ooit een verzekering geweigerd of opgezegd? Of bijzondere eisen gesteld?’ is ook ten onrechte met ‘nee’ beantwoord. Verder heeft X zich in telefoongesprekken met de verzekeraar voorgedaan als de partner van haar vader en heeft X de door de partner betaalde premie aan haar terugbetaald.
Standpunt verzekeraar
Op basis van de informatie wijst de verzekeraar het verzoek tot schadevergoeding af. Deze beroept zich (onder meer) op artikel 928 boek 7 Burgerlijk Wetboek. Kort gezegd wordt daarin bepaald dat dat de verzekeringnemer verplicht is vóór het sluiten van de overeenkomst aan de verzekeraar alle feiten mede te delen die hij kent of behoort te kennen. Daarnaast wordt bepaald dat het niet alleen gaat om de persoonlijke feiten over de verzekeringnemer zelf, maar ook om de feiten over de bekende derde, wiens belang door de verzekering gedekt wordt en waarvan verzekeringnemer op de hoogte is/kon zijn. Tenslotte wordt er in artikel 930 boek 7 ook een sanctie opgelegd wanneer opzettelijk foutieve informatie wordt verstrekt: geen uitkering.
De verzekeraar geeft aan dat hij opzettelijk is misleid. Was de juiste informatie verstrekt dan was de verzekering nooit tot stand gekomen.
Rechtsgang
X is het niet met de verzekeraar eens en eist een vergoeding van de door haar geleden schade. Deze zaak is in eerste instantie is beoordeeld door de Rechtbank Noord-Nederland. Die oordeelde dat de verzekeraar de schade moest vergoeden. De verzekeraar ging toen in beroep bij het Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2023:10091). Het hof was van mening dat de schade niet vergoed behoefde te worden, omdat de verzekeraar bij de aanvraag bewust was misleid. X liet het hier echter niet bij zitten en ging in cassatie bij de Hoge Raad.
Arrest Hoge Raad
In juli 2025 is door de Hoge Raad uitspraak gedaan in deze zaak. (ECLI:NL:HR:2025:1082). Daarin werd (onder anderen) bepaald dat in de Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen slechts een beperkt aantal toegestane uitzonderingen zijn opgenomen waarbij geen schadevergoeding aan een benadeelde verschuldigd is. Het opzettelijk bewust misleiden van een verzekeraar bij de aanvraag, hoort daar niet bij. Daarnaast had de misleiding van de verzekeraar in dit geval het doel om een WAM verzekering te krijgen en niet om een uitkering te krijgen.
Conclusie
X was inzittende en benadeelde in de zin van de WAM. Het afwijzen van de schadevergoeding in verband met de bewuste misleiding bij de aanvraag is niet terecht.
Feit of fabel
De stelling is een fabel
Auteur
Hans van der Wouden, Senior specialist verzekeringstechniek Schade bij de Vereende
