Het Waarborgfonds vanuit Europees perspectief


Interview met Sandra Schwarz, President Council of Bureaux, Managing Director, Deutsches Büro Grüne Karte e.V. , Berlin, Managing Director, Verkehrsopferhilfe e.V., Berlin


14 juli 2021 - Het wordt wel eens over het hoofd gezien dat het Waarborgfonds de afgelopen jaren onder de invloed van de regels uit Brussel, met name de EU-richtlijn motorrijtuigverzekeringen ook taken op het gebied van grensoverschrijdend verkeer heeft gekregen. Tegen deze achtergrond leek het de redactie een goed idee de lezers te laten kennismaken met de Duitse directeur van het Waarborgfonds en Bureau aldaar. Zij is bovendien recent gekozen tot algemeen voorzitter/ President  van het samenwerkingsverband tussen alle Waarborgfondsen en Bureaus. Bovendien was afgelopen jaar een belangrijke mijlpaal in de samenwerking tussen enerzijds de E.U. Waarborgfondsen en anderzijds de Groene Kaart Bureaus. Sinds september 2020 vallen beide groepen organisaties onder één formele internationale samenwerkingsconstructie, ondersteund door een gezamenlijk secretariaat in Brussel, zijnde het oorspronkelijke secretariaat voor de Council of Bureaux (‘Groene Kaart’).

Een goed moment voor een interview met de huidige voorzitter (president) van het systeem, mevrouw Sandra Schwarz, ook managing director van het Duitse Waarborgfonds (VOH) en het Duitse Groene Kaart Bureau. We stelden haar drie vragen; hoe zijn we als Waarborgfondsen hier gekomen, waar staan we nu en hoe kijkt u naar de toekomst van de Waarborgfondsen?

Hoe zijn we hier gekomen?

Het is goed om te beseffen dat al die Waarborgfondsen een nogal verschillende achtergrond hebben. Een aantal van hen bestond al ruim voor de tijd van de eerste E.U.-richtlijn motorrijtuig-verzekeringen (1972). Andere zijn juist opgericht als uitvloeisel van die regelgeving uit Brussel, waarbij in de tweede richtlijn (1980) het oprichten van een nationaal Waarborgfonds verplicht werd gesteld. In een aantal gevallen waren verzekeraars vanaf de oprichting betrokken, veelal was de overheid leidend. In ieder geval hadden ze allemaal met elkaar gemeen dat puur nationaal gericht waren. Cross border zaken waren hen nogal vreemd; dat werd pas anders vanaf 2000, met de vierde richtlijn, toen de Waarborgfondsen voor het eerst ook een internationale taak kregen.

Aanvankelijk vond die coördinatie plaats via het Europese Verbond van Verzekeraars (CEA), maar voor de praktische afstemming kwam al vlug de bestaande Council of Bureaux in beeld. Dat gebeurde vooral op informele basis, soms ingewikkeld, vooral voor die Waarborgfondsen die nog volledig onder staatstoezicht vielen en niet gewend waren aan afstemming via private kanalen. Bijeenkomsten met vertegenwoordigers van die Waarborgfondsen werden ad hoc georganiseerd op basis van vrijwilligheid.  

Een eerste aanzet tot officiële samenwerking kwam in 2006 tot stand in de ‘Rotterdam Conference’, waar een aantal basis afspraken werden en gemaakt en ook een service fee werd overeengekomen, zodat er ook door de Waarborgfondsen werd meebetaald aan de secretariële support vanuit Brussel. Daarmee was het samenwerkingsmodel nog lang niet volwaardig, zo was er geen stemrecht over begrotingen en benoemingen etc. Het was uiteindelijk een lange weg om tot een volledige harmonisering van regels en besturing te komen. In september 2020 zijn alle handtekeningen gezet en daarmee zijn wij nu eindelijk één organisatie tezamen met de Groene Kaart Bureaus.

Waar staan wij nu?

In september 2020 zijn alle organisaties (Waarborgfondsen en Bureaus) officieel lid van een koepelorganisatie. Daarmee is de naam Council of Bureau eigenlijk ook niet meer representatief en zullen wij bezien of een nieuwe werknaam naar buiten toe meer recht kan doen aan wie we met elkaar zijn en waar we voor staan. De uitdaging is nu om een goede balans te vinden tussen alle betrokken onderdelen.

Aan de ene kant zijn er onderwerpen die vooral in gezamenlijkheid kunnen worden aangevat, zoals privacy, anderzijds zijn er natuurlijk ook specifieke veelal technische onderwerpen die met name slechts een groep raken, zoals de bescherming van de bezoekende reizigers (‘Visitor Protection’) zoals opgenomen in de vierde Wam-richtlijn. Daarnaast is er ook een onderscheid tussen organisaties van binnen en buiten de Europese Unie, laten we niet vergeten dat er 17 Bureaus zijn die in ieder geval (nog) niet onder de werking van Brussel vallen. In die landen zijn de Waarborgfondsen ook niet aangesloten. 

Voor de Waarborgfondsen is een belangrijke vraag hoe de nieuwe regelgeving rondom insolventies eruit zal gaan zien, zoals nu in concept is opgenomen voor de komende wijzigingen van de E.U.-richtlijn motorrijtuigverzekeringen.  Verder zullen we ook met elkaar moeten bezien wat uiteindelijk de effecten van de huidige pandemie op ons werkterrein zullen zijn. Het is nu nog te vroeg voor een evaluatie, maar mogelijk dat dit een blijvend effect op onze organisaties zal hebben.

Waar gaan we heen?

Het zullen met name de technische ontwikkelingen zijn die bepalen hoe onze toekomst eruit gaat zien. Is het is de toekomst nog mogelijk een auto te starten als deze niet verzekerd is? Wat zal de invloed van zelfrijdende auto’s worden? Zal het nog mogelijk zijn door te rijden na een ongeval zonder de identiteit kenbaar te maken?  Alle (GPS) informatie is straks opgeslagen in de voertuigen; kunnen wij dat gaan gebruiken voor toedracht onderzoeken etc.? Dat de bekende ‘Groene Kaart’ in te toekomst alleen nog maar digitaal zal worden gebruikt is bij ons al een belangrijk onderwerp van nader onderzoek.

In deze nieuwe wereld zullen wij opnieuw onze rol moeten vinden, waarbij wij de experts zullen zijn op het gebied van cross border wegverkeer en de bescherming van slachtoffers die daarbij kunnen vallen. Dat laatste is en blijft de basis van ons bestaan!